Lugano, augustus 2018. De avond is gevallen en ik zit op een bankje te kijken over het meer. De lichtjes van de huizen op de berg San Salvador glinsteren op het water. Achter mij hoor ik een zacht gedonder. Er is onweer op komst. Van mij mag het. Een fikse regenbui en een flinke afkoeling. Heerlijk! De reis zit er bijna op. Morgen nog een vrije dag, de bus een beetje in orde maken voor de terugreis vrijdag. Het was een mooie reis. Afgelopen donderdag gearriveerd in de avond en vrijdags hebben we de stad Lugano verkend. We bekijken het mooie stadspark met zijn prachtige bomen, het gezellige centrum en het indrukweķkende kloosterkerkje Santa Maria degli Angioli met het beroemdste renaissancefresco van Zwitserland geschilderd door Bernardino Luini, een leerling van Leonardo Da Vinci. Lugano kent twee huisbergen. Eén is de al eerder genoemde San Salvador en de andere is de Monte Bré. Met de funicolare gaan we met een kleine groep deze Monte Bré omhoog. Boven word je getrakteerd op een geweldig uitzicht op het meer en op de stad. Zaterdags nemen we de tijd voor de magische Maggiavallei. Rijdend door deze vallei lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. De dorpjes zijn ongelooflijk authentiek. Prachtig. We nemen even de tijd om iets te drinken in een van de Grottis. Een soort restaurantje maar dan net iets anders. In de middaguren staat Ascona op het programma. Het oude centrum is met de nauwe steegjes heel gezellig en die brengen je allemaal naar de boulevard waar de leuke terrasjes je uitnodigen voor een drankje. Wat moet je in de Alpen zonder een mooie alpentocht te maken. We rijden op zondag over de Gotthard-, de Furka- en de Nufenenpas. Op de Gotthard is het druk. We zien wel de postkoets die je voor het luttele bedrag van 680 CHF per persoon over de oude Gotthardpas brengt. Dan ben je wel de hele dag onder de pannen en krijg je ook nog iets te eten en te drinken. Op de Furka bekijken we de Rhonegletsjer, die zich door de opwarming van de aarde steeds verder terugtrekt. Ieder jaar in mei, als de passen nog dicht zijn, kappen een aantal mannen een tunnel naar de gletsjer toe, zodat wij dit wonder kunnen bezoeken. Boven op de Nufenenpas, 2487 meter hoog, heb je een schitterend uitzicht op de Berneralpen en de Griesgletsjer. De Nufenenpas geldt als een van de mooiste alpenpassen Milaan ligt zo’n 75 km van Lugano af dus waarom zou je die stad niet gaan bezoeken. Dat doen we op maandag. De Milanezen zijn allemaal de stad uit vanwege de vakantie dus is het lekker rustig op een paar toeristen na. Onze gids Ester neemt de groep mee en vertelt met veel enthousiasme over haar stad. Ze laat ons veel zien. De Duomo, de Scala, de moderne architectuur maar ook de oude villa’s midden in de stad met hun prachtige binnentuinen en nog véél meer. Op dinsdag gaan we varen. De boot brengt ons naar het historische Gandria en het gezellige Morcote. Op zo’n warme dag is het wel goed vertoeven op zo’n boot. Dit is vakantie op en top. Aan de Lago Maggiore ligt Locarno. Het is woensdag en met de meeste zonuren is dit de warmste stad van Zwitserland. Deze week vindt daar ook nog eens het internationale filmfestival plaats. De Piazza Grande wordt dan omgebouwd tot één grote filmzaal. Na een paar uurtjes verlaten we de stad en rijden naar opnieuw zo’n prachtig vallei. Heel anders dan het Maggiadal gaat de Verzascavallei al vrij snel omhoog om bij het stuwmeer te komen. De stuwmuur is beroemd. In de film Goldeneye springt 007 van deze stuwmuur. 220 meter diep. En springen kun je er nog steeds, met de Goldeneye Bungyjump. Wij gaan natuurlijk even kijken. Daarna rijden we verder door de vallei. We zien het heldere water zich een weg banen door de rotsen. Tot aan Lavertezzo. Daar vinden we de Ponte dei Salti. Een 400 jaar oude stenen brug waar met dit warme weer vrolijk van af gesprongen wordt in het verkoelende water.

De reis zit er bijna op en vrijdag nemen we afscheid van dit heerlijke hotel. Afscheid van de faciliteiten en afscheid van de altijd lekkere toetjes. Mille grazie chef!

Chauffeur Henk